Soorten windmolens voor thuis
Voor particulieren bestaan grofweg twee categorieën: • Kleine mast-turbines (tot 15 m hoogte) — leveren 1.000 tot 5.000 kWh per jaar op een winderige locatie. Geschikt voor boerderijen en landelijk gebied. • Daktoppers en verticale-as turbines — populair als gadget, maar de opbrengst is meestal teleurstellend (200–600 kWh) door turbulentie rond gebouwen.
Wanneer is een kleine windmolen rendabel?
Drie voorwaarden zijn cruciaal: 1. Voldoende wind (gemiddeld minimaal 5 m/s op asnaafhoogte). 2. Vrije aanstroom — geen huizen of bomen binnen 200 m. 3. Een hoge mast (10 m+). In de praktijk is dat alleen in landelijk gebied of aan de kust haalbaar. In een woonwijk zijn zonnepanelen vrijwel altijd een betere keuze.
Vergunningen en regelgeving
Voor turbines hoger dan 5 meter heb je vrijwel altijd een omgevingsvergunning nodig. Gemeenten stellen eisen aan geluid, slagschaduw en uiterlijk. Check altijd het bestemmingsplan en informeer buren vóór je begint — dat voorkomt veel gedoe.
Meeprofiteren van grote windparken
Geen ruimte voor een eigen molen? Via energiecoöperaties kun je vaak meedelen in een lokale windmolen of windpark. Je legt eenmalig in (€100–€500 per certificaat) en krijgt jaarlijks rendement of korting op je energierekening.